Nederlands beleid op licht(vervuiling)

Lichtbeleid anno 2026

Momenteel gelden alleen voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen Rijksregels uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Dit regelt de maximale uitstoot per kas en geeft geen maximum voor een groep kassen. Verder zegt de landelijke wetgeving dat sportverlichting uit moet zijn als er niet wordt gesport en dat gemeenten een uiterlijk tijdstip van uitschakelen moeten vastleggen. Zolang de gemeente dat niet doet, geldt de ‘bruidsschat’ en is dat tijdstip 23.00 uur. 

Voor het begrenzen van de uitstoot van andere bronnen van licht baseren gemeenten zich bij klachten meestal op de NSVV Richtlijn Lichthinder. Deze richtlijn is waardevol als basis: het biedt concrete grenzen voor lichtsterkte en helpt klachten over lichthinder te verhelpen. De rechter gebruikt deze Richtlijn als zijnde wetgeving. De meeste gemeenten gebruiken de richtlijn nog niet voor het voorkómen van lichthinder en dus nog niet voor beleid en ruimtelijke ontwikkelingen. 

Een belangrijke kanttekening: de richtlijn richt zich echter vooral op mensen, niet op de effecten van licht op natuur of het landschap. Voor beleid dat ook deze aspecten beschermt, zijn aanvullende inzichten nodig. Deskundigen werken nu aan een aanpassing van deze richtlijn. Vooruitlopend daarop helpen we vanuit de Natuur en Milieufederaties en de Rijksuniversiteit Groningen gemeenten op weg met dit document. Licht en Donker Advies doet dit ook voor diverse overheden die donkerte als kernkwaliteit willen beschermen. 

NSVV Richtlijn Lichthinder

De NSVV Richtlijn Lichthinder deelt gebieden in vijf lichtzones (E0–E4) op basis van het grondgebruik. Elke zone heeft een bijpassende maximale lichtsterkte en verlichtingssterkte. Het gaat om de zone waar de gehinderde zich bevindt. 

Zone  Omschrijving 
E0  Intrinsiek duistere gebieden. In het algemeen UNESCO sterrenlicht reservaten, IDA-duisternisgebieden en belangrijke optische astronomische observatoria 
E1  Gebieden met een zeer lage omgevingshelderheid. In het algemeen natuurgebieden en landelijke gebieden ver van woonkernen 
E2  Gebieden met een lage omgevingshelderheid. In het algemeen buitenstedelijke en landelijke (woon)gebieden 
E3  Gebieden met een gemiddelde omgevingshelderheid. In het algemeen stedelijke (woon)gebieden 
E4  Gebieden met een hoge omgevingshelderheid. In het algemeen stedelijke gebieden met nachtelijke activiteiten, zoals uitgaanscentra en industriegebieden 

 

De zonering biedt nuttige richting. Er wordt nu vooral op grondgebruik ingedeeld (bijvoorbeeld binnen of buiten de bebouwde kom) en de zonering wordt benut bij hinderklachten. Als gemeente kun je meer uit de zonering halen – als je de wens hebt om de gezondheid van mens en natuur nog meer te beschermen. 

Enkele kanttekeningen: 

  • In de praktijk kunnen gemeenten gebieden ruim indelen (bijvoorbeeld als E4 i.p.v. E3 bij een rustig kantorenpark), waardoor ze juist meer ruimte bieden aan licht en daarmee verduistering of natuurvriendelijke beleid uitblijft.
  • Ambitie kun je aanbrengen door juist het omgekeerde: in een zone E2 (agrarisch gebied) zeggen dat je de grenswaarden van zone E1 wil aanhouden, omdat donkerte een kernwaarde is.
  • De richtlijn kijkt enkel naar horizontale uitstraling en houdt geen rekening met de uitstraling van licht omhoog (skyglow). Voor de grenswaarde is een gehinderde nodig zoals een woning.
  • Ambitie kun je aanbrengen door als gemeenteraad vast te leggen dat je in een bepaald gebied de Richtlijn Lichthinder van toepassing verklaart om het open landschap en de sterrenhemel te beschermen, ook als er zich geen woning bevindt waarop je de hinder normaal gesproken zou meten.
  • Het maken van een basiszonering met daarbij een lokale interpretatie van de werkelijke situatie én toevoeging van de ambitie is eigenlijk altijd noodzakelijk om de grenzen die je stelt aan (toekomstige) verlichting beter af te stemmen op het karakter van het gebied, de ambitie van de gemeente en om eventuele maatregelen op te nemen.
  • De richtlijn kijkt naar hinder op de mens, en niet op de natuur. Nachtdieren ondervinden veel gevolgen van licht. Het is belangrijk om hier wel meer rekening mee te houden.
  • De richtlijn houdt geen rekening met kleurtemperatuur.

Aankomende ontwikkelingen in de richtlijn

De NSVV werkt aan een addendum over kleurtemperatuur: het gebruik van warm wit licht (≤ 2700 K) wordt gestimuleerd, omdat blauw licht sterk bijdraagt aan verstrooiing en ecologische verstoring (meer lichtvervuiling). Hierop wordt de richtlijn aangepast. 

Daarnaast groeit de aandacht voor verticale lichtuitstraling en opwaarts licht (skyglow). Dat licht verlaat de directe omgeving en vergroot de heldere gloed boven steden en dorpen. Door deze component te meten of te beperken, wordt het nachtbeeld rustiger en de impact op flora en fauna kleiner. Hierop is nog geen aanpassing van de Richtlijn voorzien. De gemeente moet zelf de richtlijn van toepassing verklaren richting open landschap, dus naast woningen in dat gebied ook het landschap als potentieel gehinderde verklaren. 

De rol van gemeenten

Gemeenten spelen een sleutelrol in het beschermen van de nachtelijke omgeving. Ze beheren niet alleen de openbare verlichting, maar kunnen ook beleid maken over ruimtelijke projecten (nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen) en individuele situaties, zoals sportvelden, bedrijven, reclameverlichting en evenemententerreinen. Ze hebben als ruimtelijke ordenaar en als vergunningverlener belangrijke instrumenten in handen. Daarvoor is samenwerking nodig tussen afdelingen, zoals ecologie, openbare verlichting, ruimtelijke ordening en sport, zodat één integrale visie op nachtelijk licht ontstaat. 

Om beleid te onderbouwen kunnen gemeenten gebruikmaken van metingen van het nachtelijke lichtniveau, bijvoorbeeld via satellietbeelden of met lokale licht- of hemelhelderheidsmeters (SQM’s). Deze data helpen om trends te volgen en te zien waar verduistering effect heeft en waar gehandhaafd moet worden op lichtvervuiling. 

Kleine, goed uitlegbare maatregelen hebben vaak al groot effect, zonder dat bewoners het verschil merken. Denk aan dimmen of geheel uitschakelen tijdens rustige uren, het toepassen van warmere lichtkleuren of het afschermen van armaturen richting natuur.

Wat kan ik zelf doen?

Neem een kijkje op de website van Nacht van de Nacht voor maatregelen die jij en ik allebei zonder al te veel moeite al zouden kunnen nemen om lichtvervuiling te verminderen. Of waar we anderen op zouden kunnen attenderen!